Een microchip is een klein elektronisch identificatiemiddel dat onder de huid van een huisdier wordt geplaatst. De chip bevat een uniek nummer waarmee het dier kan worden geïdentificeerd. Dierenartsen, dierenambulances en dierenopvangcentra kunnen dit nummer uitlezen met een speciale chipreader.
De microchip zelf bevat geen naam, adres of telefoonnummer. Ook kan de chip niet laten zien waar een dier zich bevindt. Het is dus geen gps-tracker. De chip geeft alleen het unieke chipnummer door. Om een gevonden huisdier aan de eigenaar te kunnen koppelen, moet dit nummer geregistreerd staan in een databank zoals PetBase.
Hoe ziet een microchip eruit?
Een microchip voor huisdieren is zeer klein en heeft ongeveer het formaat van een rijstkorrel. De chip zit in een omhulsel van materiaal dat geschikt is om onder de huid te blijven zitten.
De microchip wordt met een speciale naald ingebracht. Bij honden en katten gebeurt dit meestal aan de linkerzijde van de hals. Het plaatsen duurt maar kort en is vergelijkbaar met het geven van een injectie.
Na het plaatsen blijft de chip in principe gedurende het hele leven van het dier onder de huid aanwezig. De chip hoeft niet te worden opgeladen, vervangen of onderhouden.
Hoe werkt een microchip?
Een microchip werkt met radiofrequentie-identificatie, ook wel RFID genoemd. De chip heeft geen batterij en zendt niet voortdurend een signaal uit.
Wanneer een chipreader dicht langs de huid wordt bewogen, activeert het signaal van de reader de microchip. De chip stuurt vervolgens het opgeslagen chipnummer terug naar de reader. Dit nummer verschijnt op het scherm van het apparaat.
De dierenhulpverlener kan het chipnummer daarna opzoeken in een databank, via chipnummer.nl. Staat het nummer correct geregistreerd, dan kan worden nagegaan waar het dier geregistreerd staat en hoe de eigenaar kan worden bereikt.
Wat doet een microchip precies?
De belangrijkste functie van een microchip is permanente identificatie. Een halsband of dierenpenning kan losraken of verloren gaan. Een chip blijft onder de huid zitten en kan daardoor ook worden uitgelezen wanneer een dier geen halsband draagt.
Een microchip kan helpen wanneer een huisdier:
- vermist raakt;
- wordt gevonden;
- betrokken raakt bij een ongeval;
- bij een dierenarts of opvang wordt binnengebracht;
- moet worden geïdentificeerd bij overdracht of reizen.
De chip bewijst niet automatisch wie op dat moment de eigenaar is. De actuele registratie speelt daarbij een belangrijke rol. Een ongeregistreerde chip is alleen een nummer, zonder bruikbare koppeling met contactgegevens.
Wat kan een microchip niet?
Er bestaan regelmatig misverstanden over wat een microchip kan. Een huisdierenchip is geen gps-zender en kan niet worden gebruikt om een dier live te volgen. Je kunt dus niet op een kaart bekijken waar je hond of kat zich bevindt.
De chip bevat normaal gesproken ook geen volledig medisch dossier of persoonlijke gegevens. Een standaard microchip bewaart alleen het unieke identificatienummer.
De chip kan daarnaast niet op afstand worden uitgelezen. Een chipreader moet dicht langs het lichaam van het dier worden bewogen om het nummer te kunnen vinden.
Waarom is registratie van de microchip nodig?
Het chipnummer heeft pas praktische waarde wanneer het aan een registratie is gekoppeld. In de databank wordt vastgelegd bij welk dier het nummer hoort en welke contactgegevens bij de registratie horen.
Wanneer een dierenarts, dierenambulance of opvang een gevonden dier scant, kan het chipnummer worden opgezocht. Met een correcte en actuele registratie kan de eigenaar vervolgens worden benaderd.
Daarom is het belangrijk om niet alleen te controleren of een dier gechipt is, maar ook of:
- het chipnummer daadwerkelijk geregistreerd staat;
- het telefoonnummer nog klopt;
- het e-mailadres actueel is;
- het woonadres is bijgewerkt;
- de registratie op de juiste naam staat.
Verhuis je of krijg je een nieuw telefoonnummer? Pas de gegevens dan direct aan. De chip onder de huid verandert niet, maar de gekoppelde registratie moet wel actueel blijven.
Is een microchip veilig?
Het chippen van huisdieren is een veelgebruikte vorm van identificatie. De chip is gemaakt om langdurig onder de huid te blijven zitten en bevat geen batterij of bewegende onderdelen.
Het plaatsen veroorzaakt meestal kort ongemak, vergelijkbaar met een injectie. Zoals bij iedere medische handeling kunnen in zeldzame gevallen complicaties optreden, bijvoorbeeld een lokale reactie of verplaatsing van de chip. Laat de chip daarom plaatsen door een bevoegde en ervaren professional.
Het is verstandig om de chip tijdens een bezoek aan de dierenarts af en toe te laten controleren. Zo weet je dat de chip nog goed kan worden uitgelezen.
Kan een microchip kapotgaan?
Een microchip heeft geen batterij en bevat weinig onderdelen die kunnen slijten. Daardoor gaat een chip normaal gesproken zeer lang mee. Toch is het verstandig om het chipnummer periodiek te laten uitlezen.
Soms kan een chip zich onder de huid verplaatsen. Daarom scant een dierenarts of dierenhulpverlener meestal niet alleen de oorspronkelijke plaats, maar ook een groter deel van het lichaam.
Wanneer een chip niet direct wordt gevonden, betekent dit dus niet automatisch dat het dier niet gechipt is.
Het verschil tussen chippen en registreren
Chippen en registreren zijn twee verschillende handelingen.
Bij het chippen wordt de microchip onder de huid geplaatst. Bij het registreren wordt het chipnummer gekoppeld aan het dier en de contactgegevens van de eigenaar.
Beide stappen zijn nodig om de microchip goed te kunnen gebruiken. Een dier met een chip zonder registratie kan wel worden gescand, maar het uitgelezen nummer leidt dan niet naar bruikbare contactgegevens.
Controleer de microchip van je huisdier
Weet je niet zeker of de chip van je huisdier goed geregistreerd staat? Laat het chipnummer dan uitlezen en controleer vervolgens de registratie.
Kijk ook regelmatig of je contactgegevens nog kloppen. Daarmee vergroot je de kans dat een dierenarts, dierenambulance of opvang je snel kan bereiken wanneer je huisdier wordt gevonden.