Bij meerdere honden in de omgeving van Utrecht en Nijmegen is hondenziekte vastgesteld. Deze zeer besmettelijke virusziekte kwam in Nederland de afgelopen jaren nog maar weinig voor, vooral dankzij vaccinatie. De recente besmettingen laten echter zien dat het virus niet volledig is verdwenen.
Vooral puppy’s, onvoldoende gevaccineerde honden en honden met een onbekende vaccinatiestatus lopen risico. Ook bij honden die uit het buitenland komen, is extra alertheid belangrijk.
Wat is hondenziekte?
Hondenziekte wordt veroorzaakt door het canine distempervirus. De ziekte staat ook bekend als de ziekte van Carré en kan verschillende delen van het lichaam aantasten.
De eerste klachten lijken soms op een verkoudheid, luchtweginfectie of buikgriep. Daardoor is hondenziekte in het begin niet altijd direct te herkennen. Naarmate de infectie zich ontwikkelt, kunnen de klachten ernstiger worden en kunnen ook het zenuwstelsel, de huid en de ogen worden aangetast.
Hondenziekte kan ernstig verlopen. Honden die de ziekte overleven, kunnen blijvende neurologische klachten houden.
Let op deze klachten
Mogelijke symptomen van hondenziekte zijn:
- koorts en sloomheid
- minder willen eten
- neusuitvloeiing of tranende ogen
- hoesten en benauwdheid
- braken of diarree
- spiertrillingen of spierstijfheid
- evenwichtsproblemen
- toevallen of verlammingsverschijnselen
Niet iedere hond krijgt dezelfde klachten. Neurologische symptomen kunnen tegelijk met de eerste klachten ontstaan, maar soms ook pas weken of zelfs maanden later zichtbaar worden. Alleen een dierenarts kan op basis van onderzoek en diagnostiek vaststellen of het daadwerkelijk om hondenziekte gaat.
Hoe raakt een hond besmet?
Het virus verspreidt zich gemakkelijk tussen dieren. Besmetting kan plaatsvinden via kleine druppeltjes in de lucht, direct contact met een besmet dier of indirect contact met besmet materiaal. Het virus kan ook via urine en ontlasting worden verspreid.
Een hond met milde klachten kan eveneens besmettelijk zijn. Dat maakt verspreiding mogelijk op plaatsen waar meerdere honden bij elkaar komen, zoals uitlaatgebieden, pensions, hondenscholen, asielen en wachtkamers.
Besmette honden kunnen het virus nog langere tijd uitscheiden, ook wanneer de zichtbare klachten al zijn afgenomen.
Controleer de vaccinatie
Vaccinatie is de belangrijkste bescherming tegen hondenziekte. De vaccinatie tegen canine distemper behoort internationaal tot de basisvaccinaties voor honden.
Controleer daarom het dierenpaspoort of vaccinatieboekje van je hond. Kijk niet alleen of je hond ooit is gevaccineerd, maar ook wanneer de laatste vaccinatie is gegeven.
Is de vaccinatiestatus niet duidelijk, is de laatste vaccinatie langere tijd geleden of komt je hond uit het buitenland? Neem dan contact op met je dierenarts. Die kan beoordelen welke bescherming aanwezig is en of een vaccinatie of aanvullend onderzoek nodig is.
Laat een hond niet zonder overleg extra vaccineren. Het juiste advies hangt af van de leeftijd, gezondheid, eerdere vaccinaties en leefomstandigheden van het dier.
Vermijd contact bij klachten
Heeft je hond klachten die kunnen passen bij hondenziekte? Houd je hond dan uit de buurt van andere honden en neem direct telefonisch contact op met je dierenarts.
Ga niet zonder aankondiging naar de praktijk. De dierenarts kan vooraf maatregelen nemen om te voorkomen dat andere dieren in de wachtkamer of praktijk worden blootgesteld.
Vermijd bij een mogelijke besmetting ook hondenscholen, pensions, drukke uitlaatplaatsen en andere locaties waar honden dicht bij elkaar komen.
Extra aandacht voor puppy’s
Puppy’s zijn extra kwetsbaar, omdat hun vaccinatieschema mogelijk nog niet volledig is afgerond. De bescherming die een pup van de moeder meekrijgt, neemt na de geboorte geleidelijk af. Tegelijkertijd kan die tijdelijke bescherming invloed hebben op het moment waarop een vaccinatie goed aanslaat.
Daarom bestaat de basisvaccinatie van puppy’s uit meerdere vaccinatiemomenten. Houd je aan het vaccinatieschema dat je met je dierenarts hebt afgesproken en neem bij twijfel contact op met de praktijk.
Blijf alert, maar raak niet in paniek
De vastgestelde besmettingen zijn een reden om alert te zijn, maar niet om direct in paniek te raken. Veel honden in Nederland zijn goed gevaccineerd en hebben daardoor bescherming tegen hondenziekte.
Controleer de vaccinatiestatus van je hond, let op mogelijke ziekteverschijnselen en neem bij twijfel contact op met je dierenarts. Door klachten tijdig te herkennen en contact tussen mogelijk besmette honden te beperken, kan verdere verspreiding worden tegengegaan.
Zorg daarnaast dat de chipregistratie van je hond actueel is. Controleer in je PetBase-account of je telefoonnummer, adres en andere contactgegevens nog kloppen. Mocht je hond weglopen of tijdens ziekte worden gevonden, dan kan een actuele registratie helpen om je snel te bereiken.